Visie

In het Nationale Techniekpact is opgenomen dat alle basisscholen in 2020 structureel wetenschap en technologie moeten aanbieden. Maar wat is WNT-onderwijs precies, waarom is het belangrijk, hoe vernieuw of verbeter je WNT-onderwijs op de eigen basisschool en wat heeft de leerling eraan? 

Wetenschap, natuur en technologie (WNT) is een breed vakgebied, onder te verdelen in: levende systemen (biologie), niet levende systemen (natuurkunde, scheikunde), aarde en ruimtesystemen (ecosysteem, waterkringloop, de aarde als een systeem), technische systemen (productie, constructie, transport, communicatie) en mathematische systemen (meten en meetkunde).

Op de basisschool wordt de interesse voor WNT gewekt. Leerlingen vergroten hun eigen kennis van de omgeving en de wereld om hen heen. Zo ontdekken leerlingen bijvoorbeeld dat dingen ergens gemaakt worden en dat ontwerpers en ingenieurs nadenken over hoe ze iets makkelijker kunnen maken of een probleem kunnen oplossen. Ze maken kennis met beroepen. Zo wordt de kans groter dat leerlingen later een vervolgopleiding of studie gaan doen in wetenschap en technologie. Op de arbeidsmarkt is structureel een grote vraag naar beta's.

Kinderen leren op diverse manieren en hebben baat bij afwisselende werkvormen in het programma. Uit onderzoek blijkt bovendien dat kinderen door onderzoekend leren tot een beter begrip komen.

Het verder ontwikkelen van talent van leerlingen staat centraal. EduScience besteedt veel zorg aan producten waarmee kinderen hun talenten kunnen ontdekken op gebied van wetenschap, natuur en technologie. Door middel van WNT-opdrachtbakken wordt een breed aanbod aan onderwerpen hands-on, brains-on, aangeboden in de klas.

Leerlingen doen vaardigheden op en maken kennis met diverse onderwerpen vaak ondersteund door een WNT-website. Op het programma van studiedagdelen zijn o.a. terug te vinden: de opzet en organisatie van WNT-onderwijs, werkplan WNT, leerplan, leren programmeren, onderzoeksvragen bedenken met behulp van het 'vragenmachientje', maar ook onderzoek doen naar bijvoorbeeld weer, water, keukenrolpapier of kauwgom. 

Bij onderzoeken en ontwerpen worden er eisen aan het eindproduct gesteld maar hoe je het verder precies aanpakt is aan de leerling. Zo wordt gewerkt in open projecten en uitdagingen waarbij meerdere oplossingen mogelijk zijn en 21e eeuwse vaardigheden verder ontwikkeld worden. Bij WNT-onderwijs draait het dus om vergroten van kennis en vaardigheden maar vooral om het bevorderen van een onderzoekende houding en vergroten van 21e eeuwse vaardigheden.

Natuur is expliciet genoemd in het rijtje wetenschap, natuur en technologie omdat we zuinig moeten zijn op de aarde. 

Leerlingen in de schooltuin vinden het prettig om in de natuur actief te zijn en zo leren kinderen de natuur waarderen en kunnen ze er ook beter zorg voor dragen.
 
Door het doen van onderzoek in de schoolomgeving aan bijvoorbeeld het weer, de waterkwaliteit of biodiversiteit ontdekken leerlingen dat er iets te meten valt. Met de metingen maken ze een weerbericht, zeggen iets over de waterkwaliteit of leren welke soorten er voorkomen in de omgeving. Leerlingen leren wat objectief onderzoek is en leren hoe wetenschappers onderzoek opzetten.